Een mechanische dieselmotor die in mijnbouwapparatuur in Nieuw-Caledonië wordt gebruikt, is na een in-line injectiepompoverzichten weer in gebruik genomen.Maar de technici zagen een onevenwichtige verbranding., ruwe werking en inconsistente cilinderbijdrage onder belasting.
Aangezien de injectoren reeds onderhouden waren en tijdens de controle op de bank een vergelijkbaar openings- en sproeigedrag vertoonden, werd de aandacht aanvankelijk weer gevestigd op de injectiepomp.
De belangrijke vraag was niet of de pomp brandstof kon leveren, maar ofalle pompelementen leverden brandstof consistent op dezelfde rackpositie.
Een mechanische injectiepomp bevat afzonderlijke pompelelementen voor afzonderlijke cilinders.
Een vereenvoudigde relatie is:
Positie van de regelaar/rack → Afzonderlijke pompelelementen → Hoogdrukleidingen → Injectoren → cilinders
Zelfs wanneer alle injectoren op elkaar zijn afgestemd, kunnen ongelijke aanpassingen of interne variaties tussen pompelementen verschillende brandstofhoeveelheden tussen cilinders veroorzaken.
Dit geldt met name na de herbouw van de pomp, wanneer de onderdelen:
De werkplaats bevestigde eerst dat de injector niet de meest waarschijnlijke oorzaak was.
Vervolgens is de aandacht verlegd naar:
In plaats van alleen de totale pomplevering te evalueren, vergelijkt de technicus derelatief gedrag van elk pompelelement.
Dit onderscheid was belangrijk omdat de totale brandstofhoeveelheid voldoende kon lijken terwijl de individuele cilinders nog steeds verschillende hoeveelheden ontvingen.
Een mechanisch rek verplaatst meerdere pompelementen samen.
Echter garandeert één rack niet automatisch een identieke reactie van de elementen.
Als een element eerder of later effectief begint te leveren ten opzichte van een ander, kan de bijdrage van de cilinder ongelijkmatig worden.
Het resultaat kan zijn:
Deze symptomen kunnen gemakkelijk worden geïnterpreteerd als een onbalans in de injector.
De reparatieprocedure richtte zich op het bevestigen van de pomp volgens de toepasselijke kalibratieprocedure in plaats van het vervangen van een andere injectorset.
Tijdens de workshop is vastgesteld dat:
Nadat het probleem van de synchronisatie aan de pompzijde was opgelost, kon de motor opnieuw worden geëvalueerd als een compleet systeem.
Deze toepassing in de mijnbouw in Nieuw-Caledonië illustreert een belangrijk mechanisch-dieselprincipe:
Gelijke injectoren garanderen geen gelijke brandstofvoorziening van de cilinder als de voorstroom-inline pompelementen niet synchroniseren.
Wanneer verschillende cilinders na een herbouw van de injectiepomp verschillende bijdragen leveren, moeten de technici:
consistentie van de injector
van
de consistentie van de pompelementen.
Dit voorkomt herhaalde injectorvervanging wanneer de werkelijke onbalans zich in de injectiepomp bevindt.
Ja, de afzonderlijke elementen kunnen verschillen, zelfs wanneer de totale pompvermogen voldoende lijkt.
Nee, de injectietijd betreft wanneer de brandstof wordt geleverd; de synchronisatie van de elementen betreft ook het relatieve leveringsgedrag tussen de pomponderdelen.